Wat is het Openbaar Ministerie?

Het Openbaar Ministerie is een organisatie die verantwoordelijk is voor de handhaving van het strafrecht, namens een land. Het om voert zijn taken uit in het kader van de consensuswet Rijkswet Openbaar Ministerie.

De officier van justitie onderzoekt de gronden om een verdachte voor de rechter van het Gerecht van eerste aanleg voor de strafrechtelijke vervolging te brengen. Een verdachte of het Openbaar Ministerie kan in hoger beroep gaan als de verdachte of het Openbaar Ministerie het niet eens is met de uitspraak van de rechter bij het Gerecht van eerste aanleg.

In het hoger beroep wordt het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd door de Procureur-generaal of, namens hem, de Advocaat-generaal. De Procureur-generaal en de Advocaat-generaal werken beiden bij het Openbaar Ministerie.

De kerntaken van het Openbaar Ministerie zijn:

  • Onderzoek naar strafbare feiten
  • Vervolgen van strafbare feiten
  • Toezien op de implementatie en uitvoering van strafrechtelijke uitspraken

Maar ook het Openbaar Ministerie:

  • Houdt het publiek op de hoogte van lopende zaken of problemen
  • Geeft advies aan de minister van Justitie op het gebied van openbare orde en veiligheid
  • Ondersteuning en integrale aanpak

Wat zijn de taken van een officier van justitie?

Een officier van justitie is een rechtsverdediger die namens de overheid of in het algemeen belang een strafrechtelijke procedure voert. De politie is verantwoordelijk voor het onderzoek bij het plegen van een strafbaar feit, terwijl de eindverantwoordelijkheid voor het onderzoek bij het Openbaar Ministerie ligt.

De officier van justitie ziet erop toe dat het onderzoek grondig en in overeenstemming met de wet wordt uitgevoerd. Na afloop van het onderzoek kan de officier van justitie besluiten de zaak voor te leggen aan de rechtbank. De officier van justitie zorgt ervoor dat de verdachte wordt gedagvaard. Een dagvaarding is een brief die de beschuldigingen tegen de verdachte bevat.

In een gerechtelijke procedure gaat het Openbaar Ministerie nader in op de beschuldigingen aan het adres van de verdachte. Daarna ondervraagt de rechter de verdachte over de zaak. De officier van justitie mag ook vragen stellen, evenals de advocaat van de verdachte. Tot slot presenteert de officier van justitie zijn argumentatie ter ondersteuning van de gevraagde straf.

Vrouwe Justitia

De oude Grieken hadden een godin van de rechtvaardigheid, Themis. De Romeinen noemden die godin Justitia. Daar komt ook het woord justitie vandaan. In rechtsgebouwen zie je vaak een beeld van Vrouwe Justitia of een schilderij. Justitia is dus de godin van de rechtvaardigheid.

Justitia wordt altijd afgebeeld met een weegschaal en een zwaard, soms ook met een blinddoek. Deze voorwerpen zijn symbolisch voor rechtelijke taken.

  • De weegschaal: staat voor evenwichtigheid. Een rechter moet de argumenten van beide partijen zorgvuldig afwegen.
  • Het zwaard: is het symbool van de beslissingsmacht, de rechter moet de knoop doorhakken. Hij moet een vonnis vellen.
  • De blinddoek: bestaan verschillende opvattingen. Soms is Vrouwe Justitia geblinddoekt, soms is zij juist niet geblinddoekt, en er zijn ook wel afbeeldingen van Vrouwe Justitia waar zij slechts op één oog geblinddoekt is. Een volledig geblinddoekte Vrouwe staat voor onpartijdigheid. Het oordelen zonder aanziens des persoons. Er zijn echter ook goede argumenten om aan te voeren dat Vrouwe Justitia niet geblinddoekt moet zijn. Bij het bepalen van bijvoorbeeld een straf moet de rechter ook naar de persoon van de verdachte kijken. Daarvoor mag Vrouwe Justitia nu juist niet geblinddoekt zijn.

Justitia is het symbool van de rechterlijke macht. Elke officier van justitie en iedere rechter moet onpartijdig zijn, goed kunnen afwegen, en een juiste straf kunnen eisen of geven. (Source: rechtersenadvocaten.nl)

De Trias Politica, de scheiding der machten, is een belangrijk beginsel van de moderne democratie. Het gaat terug naar het oude Griekse concept van sociale organisatie, en vooral naar de verdeling van de machtsuitoefening. Dit betekent een verdeling van de macht in wetgevende, uitvoerende en gerechtelijke macht, die nooit bij één en dezelfde persoon of instantie mag berusten.

  • Wetgevende bevoegdheden schrijven de wet: Staten en Parlement.
  • Uitvoerende machten treden op en stellen wetten voor: Ministers, ambtenaren en politie.
  • Gerechtelijke bevoegdheden voor de uitvoering van de wet: Onafhankelijke rechtbank en het openbaar ministerie.

In de meest zuivere vorm van machtenspreiding heeft het parlement de bevoegdheid om wetten vast te stellen, maar worden de uitvoering en handhaving daarvan (bijvoorbeeld door de politie) overgelaten aan de regering. Het parlement treedt op als controleur van de uitvoerende macht.

Daarnaast zijn er onafhankelijke rechters, die op basis van de (door het parlement vastgestelde) wet rechtspreken en de bevoegdheid hebben misdaden te bestraffen en geschillen tussen burgers te beoordelen. Dat noemen we de rechtsprekende macht. Parlement en regering hebben geen zeggenschap over het oordeel van de rechter.

Er is ook een scheiding tussen de staande rechterlijke macht (het Openbaar Ministerie) en de zittende rechterlijke macht (de rechter). Het Openbaar ministerie valt weer onder de Minister van Justitie, maar is in principe wel onafhankelijk. (Source: montesquieu-institute.eu)