Op donderdag 29 oktober jl. heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Hof) afwijzend beslist op de vordering van de Procureur-Generaal (PG) om MP de heer C.T. Emmanuel te mogen vervolgen voor o.a. misbruik van functie in verband met de uitgifte van erfpachtpercelen. De wetgever heeft bepaald het Openbaar Ministerie (OM), indien het tot vervolging wil overgaan van een politieke gezagdrager, daartoe een bevel dient te vorderen bij het Hof. Deze procedure geldt als waarborg voor een zorgvuldige vervolgingsbeslissing in dergelijke gevallen.

Het Hof heeft in haar beschikking tot afwijzing van de vordering van de PG overwogen dat de resultaten van het opsporingsonderzoek vragen kunnen oproepen over de gang van zaken rondom de uitgifte van zekere erfpachtpercelen te Sint Maarten, meer in het bijzonder ten aanzien van de vorm en inhoud van de bemoeienis van de verdachte dienaangaande. Echter, zo oordeelt het Hof, zijn de resultaten van het opsporingsonderzoek ontoereikend om daarop thans het oordeel te gronden dat de verdachte met wat tot dusver over zijn handelen is gebleken de verdenking op zich heeft geladen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (onder andere) het misbruiken van zijn functie.

Tegen deze beschikking staan geen gewone rechtsmiddelen open. Dat betekent dat, behoudens nieuwe feiten en omstandigheden, geen vervolging meer kan plaatsvinden voor de feiten die in de vordering zijn omschreven.
Het OM is vanzelfsprekend teleurgesteld over het resultaat. De rechtmatigheid van het beleid rondom de uitgifte van erfpachtpercelen is een belangrijk onderwerp op Sint Maarten. Door de beslissing van het Hof is in deze zaak een inhoudelijke behandeling van dat onderwerp, en het verkrijgen van een oordeel van de strafrechter over de grenzen tussen beleidsvrijheid enerzijds en misbruik van functie door gezagsdragers in de vorm van favoritisme anderzijds niet mogelijk.

Het OM beraadt zich daarom op de gevolgen van de uitspraak.